Inclusie, wat is dat eigenlijk?
Tolkie
Readspeaker
We willen dat iedereen onze website prettig kan gebruiken. Daarom bieden we twee tools aan waarmee je onze website kunt laten voorlezen, vertalen en aanpassen aan jouw voorkeuren. Heb je een voorkeur of loop je ergens tegenaan? Laat het ons weten via e-mail.
Blog bestuurder Monique Heffels
Inclusie lijkt op dit moment een hip woord. Het komt in vele beleidsstukken voor, staat in de krant, in de coalitieakkoorden van onze regering en staat ook centraal in de visie, missie en het meerjarenbeleid van Radar. Maar wat is dat nu eigenlijk inclusie? Wat bedoelen we er mee? En, misschien nog wel belangrijker, hoe komen we er?
Van Dale geeft het navolgende aan:
in·clu·sie (de; v)
- het ingesloten zijn
- toestand dat iedereen gelijke rechten en plichten heeft en volwaardig kan deelnemen aan het maatschappelijk leven
Voor mij zijn dit twee verschillende benaderingen: ‘Het ingesloten zijn’ maakt op mij een passieve indruk, dat je een plek krijgt en anderen om je heen gaan staan. Misschien wel zoals we veelal ook onze zorg vormgeven: midden in de wijk, een aangewezen plek, waar we mensen met alle liefde en goede zorgen omringen en van waar we aansluiting zoeken met die wijk. De tweede benadering echter raakt voor mij veel meer de kern van inclusie. Dan gaat het over gelijke rechten en plichten en het volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Dat is actief. En vraagt van iedereen een andere houding, anders doen, anders kijken. Dan gaat het veel minder over vanuit een ‘ingesloten plek’ contact maken met de buitenwereld, maar over het vanzelfsprekend accepteren van die ander en het volwaardig laten deelnemen aan het maatschappelijk leven. Breed gedragen, geaccepteerd en zichtbaar in ieders dagelijks doen en laten. Inclusie is daarmee wat mij betreft geen ‘toestand’, zoals Van Dale zegt, maar een werkwoord. Actief tegenwoordige tijd.
Maar dan moet je elkaar wel een beetje kennen. Weten wat die ander kan en wil. En daar zit volgens mij de crux. De afgelopen decennia hebben we, met alle goede bedoelingen, een heleboel onderdelen van het maatschappelijk leven apart georganiseerd voor mensen met een beperking: zij wonen niet in een huis, maar in een woonvorm of op een terrein. Zij gaan niet met het openbaar vervoer, maar worden opgehaald en gebracht met een aparte bus. Zij gaan niet naar het reguliere onderwijs, maar naar een aparte school. Zij gaan niet naar een reguliere werkplek, maar naar een maatschappelijke voorziening. Als ik er over nadenk dan zie ik, buiten mijn werk om, bijna nooit iemand met een verstandelijke beperking. Dat vind ik, in het licht van inclusie, toch behoorlijk confronterend.
Uiteraard begrijp ik heel goed dat speciale voorzieningen en aparte plekken ook nodig kunnen zijn. Maar kunnen we het dan niet zo organiseren dat we in ieder geval kans hebben om elkaar op die plekken ook spontaan te ontmoeten? En elkaar te leren kennen? Zodat we elkaar kunnen en weten te ondersteunen in het voor iedereen ingewikkelde maatschappelijke leven?
Kan bijvoorbeeld het openbaar vervoer niet ook of meer toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en bijvoorbeeld wat langer stilstaan bij stopplaatsen zodat instappen en gaan zitten in de juiste bus altijd lukt? Kan de klas met speciaal onderwijs niet tenminste in hetzelfde gebouw als het reguliere onderwijs gehuisvest worden zodat we samen de speelplaats en de gymzaal kunnen gebruiken en daar met elkaar kunnen spelen? Ik ben ervan overtuigd dat we als we zo zouden opgroeien met elkaar, we elkaar ook makkelijker leren kennen, weten om te gaan met elkaar, waardoor we ook veel eenvoudiger tot inclusie kunnen komen. Dat we er dan niet eens een woord voor nodig hebben. Gewoon omdat het er is.
Hartelijke groet,
Monique Heffels