“Apetrots op wat we doen en wie we zijn”

13 augustus 2019

“Individuele verhalen van cliënten en familie, voorbeelden van teams en medewerkers waaruit steeds weer de betrokkenheid en genegenheid blijkt over onze werkwijze en onze manier van doen. Dat is wat ik ervaren heb in de bijzondere en open gesprekken vanaf het moment dat ik bestuurder ben geworden bij Radar. Maar hoe leidt dat alles tot meer kwaliteit van leven voor onze cliënten? Die vraag staat centraal  in ons kwaliteitsrapport 2018”, vertelt bestuurder Monique Heffels. Het rapport kent een uitgebreide variant en een superkorte versie waarover Echo Online haar een aantal kritische en eerlijke vragen stelde.

De dromen en wensen van de cliënt staan bij Radar voorop. Klopt dat ook met hoe wij het georganiseerd hebben binnen Radar? Het lijkt soms weleens of de systemen centraal staan in plaats van de cliënt. Hoe zorgen we ervoor dat dat niet botst?

Even een stapje terug, dat is wat we gaan doen. We gaan met elkaar de missie en visie van Radar weer doorvoelen. Het lijkt wel alsof we soms vergeten gezamenlijk te duiden wat 'Zó wil ik leven' nu eigenlijk inhoudt. Gelijkwaardigheid, cliënt centraal, zelfregie, sociale inclusie. We weten allemaal wel wat deze woorden betekenen, we gebruiken ze dagelijks. Maar ieder in zijn eigen betekenis en ieder in zijn eigen verhaal. Daarom wil ik graag even een stapje terug zetten, inhoud geven aan ‘Zó wil ik leven’ zodat we als organisatie eenduidig zijn in waar wij nu precies voor staan. Dwars door de organisatie heen, zowel in de primaire zorg als in de ondersteunende diensten, samen dezelfde taal spreken. Dat brengt rust en helpt ons om onderscheidend te zijn in onze ondersteuning en dienstverlening. Want dat zijn we. Echt! We staan met volle overtuiging achter het burgerschapsmodel voor onze cliënten, meedoen midden in de maatschappij met alle mogelijkheden en kansen die dat biedt. Die overtuiging zie ik echter nog niet op alle plekken binnen Radar en om dat wel zo te krijgen is het goed om met z’n allen één duidelijke taal te spreken, de taal van Radar.

We zetten sterk in op sociale inclusie. Toch scoorden we in 2018 hierop lager dan het landelijk gemiddelde?

Het is opmerkelijk dat alle organisaties die met de POS (Personal Outcome Scale) werken, landelijk minder goed scoren op dit punt. In de POS worden 3 á 4 vragen gesteld over inclusie en naar mijn idee heeft het te maken met de soort vragen die de POS stelt. In ieder geval, sociale inclusie heeft binnen Radar voortdurend de aandacht. Wij willen boven dat landelijke gemiddelde uitspringen en door gezamenlijk betekenis en inhoud hieraan te geven gaat ons dat lukken. Alles groeit als het aandacht krijgt; daarbij zullen we ook intern naar onze eigen organisatie moeten kijken. Hoe inclusief zijn wij zelf als Radar?

Radar gebruikt al enige jaren de POS en de SIS (Support Intensity Scale). In 2018 stonden we ook aan de basis van oprichting van POS Nederland. In de praktijk blijkt echter niet iedereen overtuigd te zijn van dit instrument. Wat is de meerwaarde van deze tools voor de cliënt?

De POS en de SIS geven een heel goed beeld van iemand, een beeld op basis waarvan je iemand beter, dieper, kunt leren kennen. Eenvoudigweg omdat je op basis van deze gegevens een ander gesprek kunt voeren. Het zijn gevalideerde instrumenten, beproefd en specifiek ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking. Door ze goed en breed in te zetten, krijgen we een prima beeld van hoe iemand zijn of haar kwaliteit van bestaan ervaart. En dat is precies wat we in het kader van ‘Zó wil ik leven’ willen weten. Enig nadeel is; het invullen kost aardig wat tijd. We zijn nu verhoudingsgewijs veel begeleidingsuren kwijt aan het invullen van de POS. De manier waarop we het organiseren en vastleggen kan echter slimmer. Zo ook de manier waarop we gebruikmaken van deze gegevens. Daar gaan we ook mee aan de slag. Ik denk dat juist het hanteren van deze tools onze zorg uniek maakt.

Hoe wordt de aansluiting van de ondersteunende systemen in de directe zorg ervaren?

We hebben binnen Radar veel verschillende systemen. We moeten misschien ervan af stappen om steeds de meest optimale oplossing voor alles te zoeken. Een cliënt bij Radar moet zich in eerste instantie goed gehoord en geholpen voelen en als we daarbij uit de voeten kunnen met een systeem dat voor 80% de lading dekt, is dat prima. Nu zijn we telkens op zoek naar het beste maatpak, met voor iedere uitzondering de beste systeemoplossing. Dat zorgt voor veel verschillende systemen die achter de schermen met elkaar in verbinding gebracht moeten worden. Ik ben meer van het goede confectiepak: simpel en doeltreffend. Ik denk dat je door te standaardiseren wat kan, veel meer ruimte overhoudt voor juist het maatwerk dat nodig is. Dat is dan enkel een kwestie van verantwoorden en uitleggen.

Uit het kwaliteitsrapport blijkt dat medewerkers een hoge werkdruk ervaren. Wat is jouw indruk daarover?

Wat ik vooral hoor van medewerkers is dat o.a. softwarepakketten, de Citrixomgeving, de hoeveelheid verschillende applicaties en het niet goed functioneren hiervan voor veel frustratie en werkdruk zorgt. Na het drie keer indienen van een reiskostendeclaratie heb je het wel gehad. Ik hoor uit de gesprekken dat de werkdruk veel minder zit in het 1 op 1 handelen. Bij een aantal groepen ervaren we handelingsverlegenheid en daar moeten we zeker inzetten op deskundigheidsbevordering.

Dat doen we al door SLOW (Samen Lerend Op Weg), de digitale leeromgeving SLiM en teamontwikkeling. Maar als je werkdruk ervaart, sta je dan wel open voor dit soort trajecten?

We zetten daar prominent op in door middelen, tools en opleidingen aan te bieden. Maar ik zie ook dat mensen dit soort zaken momenteel soms aan zich voorbij laten gaan. En dat is jammer. Ik denk niet dat het helpt om te blijven hollen als het druk is. Juist door dan de tijd te nemen en moeilijke zaken bespreekbaar te maken, kun je er met een andere energie aan gaan werken. SLOW, SLiM en ook intervisie kosten dan wel tijd, maar leveren uiteindelijk nog veel meer tijd op!

Zijn we bij Radar niet te bescheiden over wat goed gaat?

De dingen waar we goed in zijn, daar zijn we heel bescheiden over. Dat is misschien niet altijd handig, maar het siert ons ook. Het mooist is natuurlijk als degene die wij ondersteunen, de cliënt zelf, zegt hoe blij hij met ons is. Dat voor hem of haar alles klopt tot in elke vezel. Dan vertelt het verhaal van Radar zich zelf rond. We schreeuwen het niet van de daken en dat past ook niet bij ons. Laat ons maar bescheiden blijven, zolang we maar wel samen apetrots zijn op wat we doen en wie we zijn.

Reacties (0)

Reactie toevoegen +