Dagboek Tuzla

04 september 2019

Door Claudia Meulenbelt

In 2015 is een delegatie van Radar naar Kosta Popov, een school voor kinderen met een beperking in Tuzla, Bosnië en Herzegovina gegaan. Het doel van de uitwisseling was het opdoen van inspiratie op het gebied van sociale inclusie, het ter plekke aanbieden van concrete ondersteuning, het uitwisselen van expertise en kennismaken met elkaar. Deze samenwerking heeft voor zowel de docenten van Kosta Popov als voor de collega’s van Radar veel waardevolle ontmoetingen opgeleverd, zowel formeel als informeel.

Er werd daarom besloten om er een vervolg aan te geven. Begin 2019 kwam er op intranet een oproep; wie zou vanuit zijn/haar expertise, gericht op werkgelegenheid, inclusie, werken met gezinnen en werken met kinderen met ASS problematiek, mee willen naar Tuzla, om het samenwerkingsverband een vervolg te geven? Mijn manager vroeg mij of dit niet iets voor mij was. Na overleg thuis heb ik besloten om mij aan te melden en een maand later kwam het verlossende woord: ik mocht mee!

Vanaf maart tot het vertrek in juni is de projectgroep (Arnold Wijngaarden, Jane Piets-Hardenberg, Peter Caelen, Djula Kantic, Guido van der Waa, Anne-Marie Buitenkamp, Henrieke Boonen, Richard Smeets, Lilian Purnot en ikzelf) regelmatig in gesprek geweest. Wat gaan we dit keer doen, waar is bij de docenten en management behoefte aan, wat gaat dat voor ons allen het meest opleveren?

Ook is een aantal van de collega’s van Radar begonnen met het inzamelen van goederen en geld. Bosnië en Herzegovina is geen rijk land en heeft nog altijd te kampen met de gevolgen van de oorlog (1992-1995).

Zaterdag 15 juni

We hadden wat bagageproblemen maar na 1.5 uur passen en meten was het dan eindelijk zover. Zonder problemen door de douane, instappen en na een vlucht van ca. 2 uur zetten we voet op Bosnische bodem. En wat was het daar warm!!!! Na het ophalen van de koffers konden we naar onze taxi. Een busje en een auto stonden voor ons klaar. Een rit van een half uur, waarbij onze chauffeur het ene telefoongesprek na het andere voerde (niet handsfree) begreep ik al: de regels zijn hier anders dan in Nederland.

Op de school werden we opgewacht door directeur Damir en 2 docenten. Voor sommigen een hereniging, voor anderen (waaronder ik) een nieuwe kennismaking. In de school gingen we gelijk naar het internaat. Kinderen die te ver weg wonen of waarvan ouders niet de middelen hebben om hun kind dagelijks te brengen/halen, verblijven doordeweeks in het internaat. Dit werd ook onze slaapplek.

De directeur en docenten heetten ons van harte welkom met een hapje en een drankje. De week werd kort doorgenomen, het programma werd besproken. We zouden de volgende dag gaan ontbijten met Selma (hoofd afdeling documentatie en educatieve innovatie), echter was zij verhinderd en we zouden haar ’s avonds ontmoeten.

Zondag 16 juni

Na het ontbijt hadden we de gelegenheid om de stad Tuzla te verkennen. Tuzla is vooral bekend om zijn zoutmeren, deze liggen midden in de stad.

In plaats van een natuurlijk meer, is dit omgetoverd tot een attractie. Mensen komen van ver om in de zoutmeren te gaan zwemmen. Omdat de temperatuur over de 30 graden ging, was het vandaag erg druk en leek er geen eind te komen aan de toestroom van zwemmers.

Samen met Anne-Marie en Guido ben ik de bergen in gegaan en hebben we een islamitische begraafplaats bezocht. Het uitzicht was prachtig en meteen valt op dat Tuzla in een dal ligt en hoe groot de stad is.

Eind van de dag was het tijd om Selma te ontmoeten en ze vroeg ons om te werken in groepjes, onderverdeeld in 4 onderwerpen, waar we onderling al snel uit waren wie waar ging werken:

Autisme, Henrieke en Peter

Gezinnen, Lilian, Guido en ikzelf

Toeleiding naar arbeid, Richard en Anne-Marie

Management, Arnold, Jane en Djula.

Maandag 17 juni

Samen met Guido en Lilian loop ik een klaslokaal binnen, hier gaan we de komende dagen samenwerken. We hebben, net als de andere groepjes, een tolk tot onze beschikking. We praten Engels met hem en hij vertaalt het voor de docenten en andersom.

We krijgen allemaal een leeg vel voor ons en een paar kleurpotloden. Het doel is: teken je eigen gezin en je mag dit doen naar eigen inzicht, dus tekens gebruiken, symbolen enz. Na een kwartier mag iedereen zijn tekening presenteren en er iets over vertellen. Als iedereen is geweest vraag ik aan de docenten of dit voor hen nieuwe informatie is, of weet iedereen alles al van elkaar? Ja, iedereen kent elkaar door en door. Het moraal van deze oefening is: je collega’s zijn ook je gezin. Niet alleen privé is belangrijk, maar ook werk en dit is verweven met elkaar. Het is meteen een klein gespreksonderwerp, want vooral de ambulante collega’s kennen elkaar niet zo goed. Je werkt vooral solistisch en bent met werk bezig. Er is vaak geen tijd of ruimte om elkaar persoonlijk te leren kennen. Voor mij een mooie eye opener!

Ook laat een docent weten dat Nederland de kinderen snel volwassen en onafhankelijk maakt. Kinderen gaan al vroeg naar school. Terwijl men in Bosnië de gezinnen zo veel mogelijk bij elkaar houdt. De kinderen van de school in Tuzla hebben recht op 9 jaar onderwijs. Toezicht dat alle kinderen ook daadwerkelijk onderwijs volgen is er niet.

Er is elke dag contact tussen leerkrachten en ouders. Er is geen vervoer gefinancierd zoals in Nederland. Ouders moeten hun kinderen zelf brengen en halen. Informatie wordt nu gemakkelijk gedeeld. Er worden zelfs informatiedagen georganiseerd. Zo was er onlangs Purple Day, de dag van epilepsie. Op deze dag werden er workshops gehouden en ouders op deze manier geïnformeerd over wat epilepsie inhoudt, hoe ouders kunnen reageren, wat ze wel en niet kunnen doen, wat zijn verschillende vormen van insulten enzovoorts. Voor ouders heel waardevol, geven ze aan. Veel informatie hebben ze van hun arts niet gekregen en als ze wel informatie kregen, was het in medische termen en werd het niet begrepen.

We delen mee dat ouders die zorg ontvangen binnen Radar vaak ook behoefte hebben aan dit soort informatiedagen, maar dat de opkomst vaak laag blijkt. Het voordeel binnen deze school is dat ouders de docenten kennen, ook andere ouders zien en met hen in contact komen. Uiteraard is Radar geen school, maar het maakt ons wel weer duidelijk dat we opnieuw moeten kijken wat binnen Radar wel mogelijk is om ouders samen te krijgen.

We spreken ook over culturele overtuigingen, zoals geef een kind een sleutel als het een insult krijgt en de epilepsie zal verdwijnen. Ja, een gewone huissleutel. Docenten kunnen dan met moeite ouders overtuigen dat dit helaas niet werkt.

De docenten hebben een enquête gemaakt en deze presenteren ze aan ons. Deze vragen gaan over de samenwerking met school, ouders en management. Als grootste frustratie wordt ‘elkaar niet begrijpen’ genoemd. Ook worden ouders ‘overbeschermend’ genoemd. Verder zijn er praktische problemen (lift, parkeerplek, aangepast meubilair). Ook wil men beveiliging op school, zowel overdag als ’s avonds. Er is in de buurt veel criminaliteit, drugsgebruik. De overheid weet er van, de politie doet wat ze kan, maar de overheid onderneemt geen stappen.

Naast een heleboel ‘frustraties’ vraagt men ook om een waardering en dan blijkt dat op alle vlakken er wel hoge cijfers in waardering worden gescoord. Er wordt een vragenrondje ingesteld: wat vindt een ieder van de uitkomst van de enquête? De eerste docent geeft meteen aan de problemen niet te herkennen, zegt goede contacten met ouders te hebben, alle leerlingen komen op tijd en anders worden ze keurig afgemeld en de kinderen zijn goede leerlingen.

Het valt mij meteen op dat deze reactie veel onrust veroorzaakt bij de andere docenten, maar hier wordt niets van gezegd. De volgende docent geeft hetzelfde aan, op een enkel klein probleempje na gaat het bij haar in de klas ook goed. Dan een aantal docenten die de problemen wel herkennen en hier wat voorbeelden over geven.

Ik vraag daarop of deze enquête ook intern is uitgezet, gericht op de interne samenwerking. Het blijft even stil. Ik ga verder, aangevuld door mijn collega’s: hoe is de interne communicatie, wat zijn de normen en waarden van iedereen, van de school? Praten we allemaal over hetzelfde, willen we hetzelfde, zijn onze waarden gezamenlijk gedeeld? Hoe kunnen we verwachten dat de samenwerking naar buiten (ouders) goed loopt, als de samenwerking intern niet duidelijk is?

Leren jullie van elkaar? Nee, dat doen ze niet. Ik ben verbaasd en leg uit waarom. Privé kennen jullie elkaar door en door, maar wat iedereen in het klaslokaal doet, is onbekend. Leer van elkaar, waarom heeft de ene docent geen problemen met de samenwerking en de andere docent wel? Versterk elkaar. Daarnaast scoren ze hoog in de waardering. Kijk vooral ook naar het positieve!

Er volgt een discussie tussen de docenten en de tolk heeft moeite het allemaal te kunnen vertalen. De kern is echter duidelijk: hoe kunnen we als professionals beter met elkaar samenwerken en zo van elkaar leren?

In de pauze komt Guido met het verlossende antwoord: ze hebben intervisie nodig! Na de pauze praten we over de interne samenwerking, intervisie, wat houdt dit in, levert dit op, wat zijn de voorwaarden/regels etc. Het is duidelijk: we hebben de kern te pakken! Aan het eind van de middag, als de workshops erop zitten en we als Radar-medewerkers bij elkaar zitten, evalueren we de dag. En hoe mooi is het om te horen dat alle groepjes dezelfde mening hebben: de interne samenwerking kan zo veel beter! Ook zien de collega’s, die in 2015 ook in Tuzla waren, dat ze met adviezen van vorige keer aan de slag zijn gegaan en dat er veranderingen daardoor hebben plaats gevonden.

Dinsdag 18 juni

Na het ontbijt gaat iedereen weer met zijn eigen groep aan de slag.

Voor ons betekent dit terug naar het warme klaslokaal. Dit keer zijn er maar 3 docenten en we evalueren hoe het gisteren is gegaan. Ze geven aan de optie van intervisie zeker te willen gebruiken en ze gaan hiermee aan de slag. We hebben aangegeven dat als ze vragen hebben zoons altijd kunnen mailen en we naar mogelijkheden zullen kijken om hen op afstand verder te kunnen helpen.

Net voor we met 2 docenten op bezoek willen gaan bij een gezin, voelt Lilian zich niet lekker. Omdat we een rit van een uur, door de bergen, voor de boeg hebben, besluit Lilian niet mee te gaan. Lilian ligt de rest van de dag op bed, ziek van iets wat ze de avond ervoor mogelijk verkeerd heeft gegeten.

Samen met Guido, de tolk en 2 docenten stap ik in de auto van een docent en rijden we naar een dorpje. Een prachtige rit door de bergen, maar ook een lange rit. Ook dit dorpje ligt tussen de bergen en de vader komt ons al tegemoet. De docenten zijn niet eerder bij dit gezin op huisbezoek geweest.

Vader werkt in diensten bij de politie. Ondanks zijn diensten haalt en brengt hij zijn zoon elke dag naar school in Tuzla. Een  rit van iets meer dan een uur. Elke dag is vader ruim 4 uur kwijt. Speciaal vervoer, zoals geregeld in Nederland, is er niet. Moeder werkt als rij instructrice. Ook is er nog een zoontje van 4 jaar. Het gezin kan heel beperkt gebruik maken van een netwerk. De enige die goed om kan gaan met het gedrag van de oudste zoon, is de vader. De buren vragen om even op te passen is daarom niet haalbaar.

De zoon praat niet, maakt wel geluidjes en laat met zijn mimiek wel goed zien wat hij wel of niet wil. Er staat op het balkon een schommelbank en vader helpt zijn zoon op deze bank en duwt dan. Het gezicht van de zoon verandert en je ziet hem duidelijk genieten van het heen en weer bewegen. Ik vraag of naast de verstandelijke beperking en spasticiteit hij gediagnosticeerd is met autisme. Nee, dat heeft hij niet. Toch herkennen we signalen die duidelijk passen bij autisme.

De zoon wordt de hele tijd bij het gesprek betrokken, hij moet bij ons zitten, maar hij loopt telkens weg. Zonder taalgebruik wordt de zoon weer teruggehaald.

De docenten vertellen dat dit een heel betrokken gezin is en dat er een goede samenwerking is tussen ouders en school. Eén van de docenten vertelt over een gezin waarbij de samenwerking niet goed verloopt. Het gezin heeft 3 zoons, de oudste zoon wordt agressief genoemd. Door zijn agressieve gedrag zijn de 2 broertjes gedeeltelijk blind. Er is door de docenten een maatschappelijk werker naar het gezin gestuurd en er is een gesprek geweest, maar daar blijft het dan ook bij.

Delen dat we in Nederland nauw samenwerken met Veilig Thuis, we protocollen volgen over huiselijk geweld en kindermishandeling, het benoemen van de meldcode, ik laat het allemaal achterwege. Het heeft geen zin, want de regels zijn hier zo anders dan bij ons! Waar wij de meldcode al inzetten bij vermoedens van, kunnen hier door geweld 2 kleine kinderen gedeeltelijk blind raken en zijn er geen consequenties. Niet voor de oudste zoon, niet voor de ouders. De docent zegt dat de kinderen vaak thuis worden gehouden. Ook dit kan blijkbaar zonder problemen. Wat een contrast… Ik ben er stil van.

Na een uur zit ons huisbezoek er op. Buiten moeten we nog wel even kijken, want er is iets speciaals voor de zoon geregeld: een scootmobiel! Vader zet zijn zoon in de stoel en de zoon kijkt vader lachend aan en rijdt vooruit. Vader moet meelopen, want zijn zoon kan niet zelfstandig de scootmobiel bedienen. Maar wat genieten ze beide van dit moment!

Ook vandaag delen we per groep onze ervaringen. En ook nu hebben we dezelfde conclusie. Er zou veel door de overheid opgepakt moeten worden, dingen zouden anders geregeld moeten worden, maar helaas kunnen we daar niet bij helpen. We moeten ons concentreren op wat wel haalbaar is om te veranderen en te verbeteren.

Lilian is nog altijd ziek. We delen onze ervaringen met haar en ze geeft nogmaals aan het erg jammer te vinden dat ze niet mee kon naar het gezin. Ook wij vonden dat erg jammer!

Woensdag 19 juni

De dag begint ook vandaag weer in het klaslokaal. Met een diepe zucht loop ik de -trappen op en denk aan het warme, benauwde lokaal waar ik de komende uren zal zitten. En direct daarna denk ik dat dit voor alle docenten en leerlingen dagelijkse gang van zaken is, dat ik niet moet zeuren en ook dit mag ervaren. Lilian voelt zich wat beter en is er ook even bij.

Als eerste komt de vraag hoe iedereen de maandag heeft ervaren. Het is stil en het blijft stil, tot een docent zegt dat hij een andere vraag heeft en begint over een praktisch probleem. Het lijkt erop dat met elkaar in gesprek gaan over interne knelpunten iets is wat nog moeilijk bespreekbaar blijkt. We krijgen een presentatie te zien van de verbeterpunten die de docenten hebben verzameld na onze samenwerking. Er zijn nog wat vragen over intervisie, die we zo goed mogelijk beantwoorden. De wil is er!

Begin van de middag komen we allemaal samen in de kantine. De docenten delen per groep de presentatie. Sommigen hebben er veel tijd in gestoken en laten een PowerPoint zien met veel foto’s, anderen gebruiken een groot vel papier of geven alleen mondeling toelichting. Uiteraard wordt alles opnieuw vertaald door een tolk. Iedere groep heeft wat kunnen bijdragen, dat is duidelijk en we zijn blij dat we zoveel voor hen hebben kunnen betekenen. Er zijn e-mailadressen uitgewisseld, men heeft elkaar toegevoegd op Facebook en er zijn vriendschappen ontstaan.

Na de presentaties was het de beurt aan Radar. Arnold heeft namens ons allen iedereen bedankt voor de warme ontvangst en de mooie samenwerking. Het zijn een paar mooie dagen geweest waar we van elkaar hebben geleerd.

Jane kan, dankzij allerlei inzamelingsacties van collega’s, een cheque overhandigen van €900 wat gebruikt mag worden voor de kinderen. We laten hen verder weten dat we ook spullen hebben meegenomen (kleding, speelgoed, knutselspullen) en we voor ruim €450 ter plekke speelgoed hebben gekocht voor de kinderen. Henrieke heeft aan de therapeuten en docenten gevraagd waar behoefte aan is, zo konden we gericht aankopen doen in de lokale speelgoedwinkel. Selma is zichtbaar ontroerd en het applaus is oorverdovend.

En dan is het weer voorbij…

Als ik terug denk aan het mooie werkbezoek denk ik aan de grote contrasten tussen Nederland en Bosnië en Herzegovina. Op gebied van veilig opgroeien in een gezin, beperkte scholing en geen georganiseerd vervoer, de beperkte betrokkenheid van de overheid, maar ook meer contact met ouders, nauwe familiebanden en creatief worden in meer doen met minder.

Ik denk terug aan accepteren dat het hier anders is (bukken om een douche te kunnen nemen), maar dat het niet altijd betekent dat het dan ook slechter is (nauwe persoonlijke contacten).

We hebben veel voor de school en de kinderen kunnen betekenen en we hebben met elkaar als collega’s een enorm leuke tijd gehad!

Reacties (0)

Reactie toevoegen +