Geschiedenis van Maastricht

De geschiedenis van de stad Maastricht is grofweg in te delen in vier fasen, elk met een eigen gezicht.

1. Romeinse vesting

Zeker is dat er op de plaats van het huidige Maastricht, op de plaats waar de Jeker en de Maas bij elkaar komen, al twintig eeuwen mensen wonen. Lang voor het ontstaan van de stad woonden er al mensen in het gebied.
Het is niet bekend of er voor de komst van de Romeinen al mensen in het gebied waren in de buurt van de latere Romeinse brug.
Rond het jaar 10 voor Christus legden de Romeinen een belangrijke weg aan: de Via Belgica. Tussen het Vrijthof en de brug ontstond een Romeinse nederzetting, waarvan het centrum in de buurt van de brug lag. 
De naam Mosa Trajectum komt pas voor het eerst voor in de 6e eeuw. Rond 270 na Christus werd Maastricht verwoest door invallende Germaanse stammen.
Ter bescherming van de belangrijke brug werd op de linkeroever het Maastrichtse castellum gebouwd: een ommuurd legerkamp. De vervallen thermen werden opnieuw opgebouwd.

2.   Middeleeuws religieus centrum

In schriftelijke bronnen uit die tijd wordt Maastricht regelmatig genoemd. Het was een voor die tijd redelijk grote en welvarende stad, met de aanwezigheid van een bisschopszetel. Het is duidelijk dat de christelijke godsdienst hier al vroeg is. Uit de 5e en 6e eeuw komen enkele grafstenen met christelijke opschriften.
Toen Karel de Grote in Aken ging wonen, werd deze stad het centrum van het Frankische Rijk. Toch bleef ook Maastricht belangrijk (veel kooplieden). De elfde en twaalfde eeuw waren vooral voor de Sint-Servaas een tijd van grote voorspoed. De pastoren van Sint-Servaas kwamen uit de hoogste kringen van de Duitse adel en hadden vaak ook het ambt van kanselier van het Heilige Roomse Rijk. De Onze-Lieve-Vrouwe was kleiner en aanzienlijk minder rijk dan die van Sint-Servaas.
Bouwactiviteiten leidden tot een ongekende culturele bloeiperiode in Maastricht en omgeving.
In 1204 werd Maastricht door de keizer in leen gegeven aan de hertog van Brabant, het begin van een periode waarin twee heren het voor het zeggen hadden (de tweeherigheid die tot de Franse Tijd zou standhouden). In de twee eeuwen daarna werd de stad zeker zes keer belegerd. Maastricht heeft nooit stadsrechten gehad.

Naast de leerlooierij was het maken van en handelen in lakens van betekenis voor de middeleeuwse economie. In 1374 werd Maastricht belegerd door woedende Luikenaren. Hier kwam pas een einde aan nadat de prins-bisschop de hulp had ingeroepen van paus Gregorius XI. In de 15e eeuw belandde de stad in een economische crisis.

Maastricht was gedurende de hele middeleeuwen een belangrijk religieus centrum en een pelgrimsoord (de ommuurde stad bood veiligheid).
De periode na de Middeleeuwen begon eerst goed voor Maastricht: de stad maakte rond 1500 een bescheiden bloeiperiode mee en behoorde tot de grotere steden in de Nederlanden. Rond 1535 kwam de bloeiperiode tot stilstand en nam de armoede toe.

In 1539 kwam het volk in opstand: de Trichter Oploop. Bij de Beeldenstorm (1566) sneuvelden in Maastricht beelden en meubilair in kerken en kapellen.

In 1579 begon het Beleg van Maastricht (een campagne van de landvoogd - de hertog van Parma - om de opstandige gebieden te heroveren).  De achteruitgang van Maastricht in de 16e en 17e eeuw werd veroorzaakt door dit bloedbad en had ook economische achtergronden. Na de val van Maastricht begon het opnieuw katholiek maken van de stad. Alle niet-katholieken moesten zich bekeren of vertrekken. De stad behield haar tweeherigheid.

3.     Garnizoensstad van de oude heersers

In 1632 werd Maastricht omsingeld door de troepen van Frederik Hendrik. Het Beleg van Maastricht eindigde met de overgave van stad en garnizoen. De stad was nu in handen van de protestantse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Protestanten en katholieken kregen godsdienstvrijheid. Het Franse bestuur duurde tot 1678 (Vrede van Nijmegen); Maastricht kwam weer onder Luiks-Staats bestuur.

In de 18e eeuw was Maastricht een ingeslapen provinciestad. Het leven werd gekenmerkt door de dagelijkse dingen bij het oude te laten.
In de tweede helft van de eeuw was er een lichte culturele opleving. In 1794 veroverde, na een beleg van twee maanden, de Franse bevelhebber generaal Kleber Maastricht. De stad hoorde bij de Franse Republiek en was nu een Franse stad, bevolkt door Franse staatsburgers. Er kwam bovendien een einde aan de eeuwenoude tweeherigheid. De invoering van een nieuwe bestuursorganisatie en rechterlijke macht maakte dat de middeleeuwse standenmaatschappij verdween. Na 1800 bloeide de economie weer wat op.

In 1803 brachten Napoleon, zijn vrouw en haar zoon een bezoek aan Maastricht. De populariteit van het Franse bewind was toen op een dieptepunt aangeland. Na enkele zware nederlagen deed Napoleon gedwongen afstand van de troon en trok het Franse garnizoen zich terug uit Maastricht. De erfenis van de Franse tijd is geen positieve. De meerderheid van de bevolking voelde zich niet gegrepen door de idealen van de Franse revolutie. Als een van de weinige positieve effecten kan genoemd worden de verbetering van het onderwijs.

4.      Vroege industriestad

Aan het vertrek van de Fransen ging een rommelige periode en een winter vol honger en kou vooraf. In 1814 werd Maastricht hoofdstad van de nieuwe provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

In 1834 begon de jonge ondernemer Petrus Regout met het maken van glas, kristal, aardewerk, spijkers en geweren (en later ook papier). Zijn fabrieken ontwikkelden zich voorspoedig en mede daardoor werd Maastricht in de 19e eeuw een vooraanstaande industriestad en de eerste echte industriestad van Nederland. De sociale omstandigheden waren echter heel slecht (snelle groei van de industrie, sterke bevolkingsgroei, hoge kindersterfte, lage gemiddelde leeftijd). Maastricht was in de 19e eeuw een ongezonde, smerige stad. Pas in de tweede helft van de eeuw kwam er aandacht voor stadsverbetering (de ziekenzorg bv. verbeterde sterk) en de aanpassing van de infrastructuur (kanalen, binnenhavens, spoorwegen, wegennet, tramlijnen).
In en buiten de muren van vestingstad Maastricht mocht lange tijd niet gebouwd worden. Pas geruime tijd na de opheffing van de vestingstatus werden de eerste woonwijken  buiten de middeleeuwse stadsmuur aangelegd, deels op grondgebied van buurgemeenten (gebiedsuitbreiding/annexatie).

Maastricht was in de 19e eeuw een sterk verfranste stad. De relatief kleine groep van rijke burgers en militairen ontmoetten elkaar in herensocieteiten. Het onderwijs was tot ver in de 20e eeuw grotendeels in handen van katholieke instellingen. Ook het verenigingsleven werd beheerst door de kerk. Anders denkenden beheerden hun eigen instellingen.

Romeinse brug van Maastricht

Deze brug is in de eerste eeuw na Christus door de Romeinen gebouwd over de rivier de Maas. De brug, een reeks bruggen die elkaar in de loop der eeuwen zijn opgevolgd, lag in het verlengde van de Plankstraat, zo’n 130 meter ten zuiden van de huidige Sint Servaasbrug.

Rond het begin van de christelijke jaartelling werd door de Romeinen de Via Belgica aangelegd. De Maas was een groot obstakel in deze belangrijke oost-westroute. Als locatie voor de oversteek werd een plaats in de rivier gekozen, die makkelijk over te steken was.  Omdat de Maas een regenrivier is, werd de bouw van een brug al snel noodzakelijk. Hoe de brug er heeft uitgezien is niet precies bekend, maar waarschijnlijk met stenen brugpijlers met daartussen houten overspanningen. De brug is vaker herbouwd, of op z’n minst hersteld.

In de zesde eeuw wordt er voor de tweede keer schriftelijk melding gemaakt van deze brug. De eerste brug over de Maas heeft mogelijk ruim twaalf eeuwen dienstgedaan.

Men vermoedt dat de Maasoversteek al in de negende eeuw in noordelijke richting is verplaatst. Eind dertiende eeuw werd er een stenen brug gebouwd tussen de Maastrichter en Wycker Brugstraat: de nog bestaande Sint Servaasbrug. In 1997 werd de Stichting Romeinse Brug Maastricht opgericht. Doelstelling: de resten van de Romeinse brug op de Maasbodem beschermen tegen verder verval. Verder werd een schaalmodel van de brug vervaardigd.

  Tekst Erwin Hoenjet (Bron: Wikipedia)

Cliëntenweb, september 2021


      

      

  

Reacties (0)

Reactie toevoegen +