Marianne, doktersassistente

Een interview door Anouk Wijnen

Anouk: Ik ben vandaag bij Marianne, doktersassistente van mijn dokter. Ik ga haar interviewen over haar werk.

Waar heb je de opleiding als doktersassistente gedaan?

Marianne: Via het LOI, dat is meer thuis studeren, een keer per 2 weken moest ik dan naar Leiderdorp, bij Leiden. Daar moest ik een hele zaterdag praktijkoefeningen gaan doen. De opleiding duurde 2 jaar. 

Anouk: Wat leerde je zoal?

Marianne: Voornamelijk leer je theorie over: Hoe het menselijk lichaam is opgebouwd, welke ziektes er voorkomen. Ook waar je rekening mee moet houden wanneer mensen een afspraak willen maken. Onderzoeken doen, zoals bloed afnemen, dat zijn de dingen die je daar leert. De meeste dingen leer je toch als je stage gaat lopen in een praktijk.

Anouk: Hoe zag je carriere na de opleiding eruit?

Marianne: Het was heel erg leuk, ik had zelf nooit gedacht dat ik ooit doktersassistente zou worden want spuiten zetten en dergelijke is niks voor mij.  Het is bij toeval gebeurd. Andrea, mijn collega, werkte bij Dokter Stuurman. Ze wilde met zwangerschapsverlof gaan en toen heeft zij mij gevraagd of ik niet de opleiding wilde gaan doen. In het begin kon ik nog niet meteen alles, Andrea heeft me heel veel dingen geleerd. In die tijd waren er niet zoveel dingen die een doktersassistente zelfstandig kon. Dat was telefoon afspraken maken, bloedprikken en een hart filmpje maken. Tegenwoordig is het beroep veel uitgebreider. 

Anouk: Wat is er nu uitgebreid?

Marianne: We mogen steeds veel meer dingen doen, we maken bv uitstrijkjes, gehoortesten, ik adviseer mensen die op vakantie gaan, holte onderzoek, oor onderzoek, administratie, het is heel gevarieerd. Dat maakt het ook leuk.

Anouk: Hoe vind je het om met mensen te werken die een beperking hebben?

Marianne: Dat vind ik leuk, maar ook soms moeilijk. Als mensen niet goed verstaanbaar zijn dan vind ik het vervelend om vaker te vragen, ik snap niet wat je bedoelt. Ik probeer ze zo goed mogelijk te helpen. Het zijn altijd heel dankbare patiënten. Ze zijn erg open, ze laten ook merken als ze je niet mogen, dat komt ook weleens voor, niet iedereen vindt iedereen leuk. Ze laten ook merken als ze je lief vinden. Dat is ook wel weer leuk.

Anouk: Wat mogen jullie niet wat een dokter wel mag?

Marianne: We mogen geen diagnose stellen dat is het allerbelangrijkste. We kunnen wel, als iemand komt die een blaasontsteking heeft, urine onderzoeken en vragen wat de patient voor klachten heeft. Een urineweg infectie is best wel simpel om vast te stellen. Maar als we enige twijfel hebben moeten we altijd met de dokter overleggen. Dan is het aan de dokter om te besluiten, of het wel of niet een urineweg infectie is. Het kan ook iets anders zijn. De diagnose moet de huisarts altijd stellen. 

Anouk: Zijn er nog dingen die jullie niet mogen doen?

Marianne: We doen uitstrijkjes bij vrouwen, maar geen inwendig onderzoeken. We kunnen longen luisteren maar we mogen het niet beoordelen. Opereren doen we niet, wat artsen soms weleens doen. Hechten mogen we daarentegen wel, daar kunnen we de arts bij ondersteunen en we mogen het zelfstandig doen. Er is heel veel wat we wel mogen.

Anouk: Wat vind je leuk aan het werk en wat vind je niet leuk aan het werk?

Marianne: Het leuke aan het werk is dat je met mensen werkt en elke dag verschillend is, je weet nooit wat op je pad komt. Dat mensen blij zijn dat je helpt. Soms heel simpel doordat je ze een spuit zet en die pijn doet en dat ze toch nog zeggen dank je wel. Dat vind ik wel heel leuk. 

Anouk: Hoeveel uur werk je als ik je vragen mag?

Marianne: Ik werk gemiddeld 36 uur, de ene week werk ik 40 uur en de andere uur 32 uur. Dat is best wel veel. 

Anouk: Heb je nog iets te vertellen wat ik niet gevraagd hebt?

Marianne: Het is een heel afwisselend vak, je moet er een beetje gevoel voor hebben, je moet je kunnen inleven in het verdriet dat mensen hebben of het probleem dat mensen hebben. Wat voor iemand misschien heel onbelangrijk kan zijn, is voor een ander heel ingrijpend. Bijvoorbeeld als iemand zijn oren verstopt heeft. dan denk je, ja een oor verstopt hebben is toch niet zo erg. Maar als je dirigent bent in een orkest, dan is het heel erg belangrijk om goed te horen. Ik vind het hartstikke leuk om met mensen te werken en om met zieke mensen om te gaan, om ze zo gezond mogelijk naar buiten te laten gaan. 

  Interview Anouk Wijnen mei 2017


Reacties (0)

Reactie toevoegen +