John Soons, Radar arts

Deel 3 van het interview door cliëntenweb

Dit is het laatste deel van het interview.

Iets gemist? Klik HIER voor deel 1 of HIER voor deel 2

Robert: Werk je de hele week?

John: Ja! ik werk eigenlijk in principe gewoon de hele week. Alleen doordat er arbeidsduurverkorting is, werk ik meestal op vrijdagmiddag niet. Maar voor de rest werk ik eigenlijk gewoon de hele week. Kantooruren en, als dat nodig is, daarbuiten ook natuurlijk. 

Mariska: Hoe lang doe je dit werk?

John: Ik ben op 1 juli 2004 begonnen bij Radar.  Dat zijn dus al 16 jaar die ik bij Radar werk. Ik heb al heel veel gezien.

Mariska: Was het moeilijk om een opleiding daarvoor te kunnen doen? 

John: Voor Radar heb ik zelf nooit  een opleiding gedaan, dus dat scheelt. Alles wat ik weet, is gewoon door te doen. Dus alles wat ik nu aan kennis heb en wat ik ook overdraag naar iedereen, dat is gewoon zestien jaar lang ervaring. 

Ferry: Ok, maar welke kennis zou u dan nog willen opdoen als arts van Radar? 

John: Eigenlijk moet je altijd in de onderzoeken zitten. Want ieder jaar verandert er veel. Je moet op de hoogte blijven van de laatste nieuwe kennis. Het is heel belangrijk om dat op peil te houden. Dus dat betekent dat ik buiten werktijd ook nog lees. Zo kijk ik of er weer nieuwe dingen zijn, waarmee ik nog beter hulp kan geven, vragen kan beantwoorden en advies kan geven aan iedereen die daarom vraagt. 

Ferry: Ok, dus u volgt ook nog medische cursussen of zo?

John: Ja, cursussen bijvoorbeeld, congressen, symposia; dat zijn allemaal methodes om op de hoogte te blijven van de laatste nieuwe ontwikkelingen.

Ferry: Ok. Interessant. Heb je leuke dingen meegemaakt tijdens je werk? En heb je…..dat staat er niet bij, maar ik vraag het ook: heb je ook minder leuke dingen meegemaakt?

John: Oh jazeker. Kijk, nu op dit moment maak ik veel niet-leuke dingen mee, hè die Corona, dat is niet echt leuk. Maar dat is wel een uitdaging. Heb je wel eens gehoord, dat een hele woonvoorziening, echt iedereen, op zijn kamer moet blijven? Dat is heel erg vervelend. Dat betekent dat je dus niet meer naar de keuken mag, niet meer door de gangen mag. Je eten wordt op je kamer gebracht. Je kunt je dan eigenlijk wat eenzaam voelen als client. Wat leuk is: iedereen is dan aan het aftellen, naar de dag waarop iedereen weer zijn vrijheid terug krijgt. Dus dat iedereen weer naar buiten mag. Dat is leuk. Dan is het bijna feest op zo’n voorziening. Dat is iets wat ik ook heel erg leuk vind. 

Ferry: Ik vraag me eigenlijk af: komen die cliënten die heel lang op hun kamer hebben gezeten de tijd door?

John: Ja, dat is natuurlijk best belangrijk. Dus jullie moeten wel iets van dagbesteding krijgen. Ik weet niet of jij iets doet door de dag?

Ferry: Ja, ik ben nu hier bij het Cliëntenweb.

John: Nou, zo houd je je dus bezig. Het is wel belangrijk, dat dat zo lang mogelijk door gaat. In het begin hebben we alle vormen van dagbesteding dichtgedaan, omdat we heel erg bang waren voor het virus. In de zomer, toen het wat rustiger geworden was, hebben we die dagbestedingen weer langzaam open gedaan. Op dit moment hebben we eigenlijk weer heel veel besmettingen. En toch hebben we besloten om de dagbesteding zo lang mogelijk open te houden. Dat is eigenlijk een beetje het antwoord op jouw vraag. Mensen moeten niet verpieteren. Mensen moeten niet alleen in hun appartement hoeven te zitten. En dat is de reden waarom we dus de dagbesteding zo lang mogelijk open houden. Zo zie je ook collega’s.

Ferry: Ik kan me voorstellen dat het voor mensen zonder dagbesteding best moeilijk kan zijn.

John: Ja. Wat we dan proberen te doen, is om iets van zinvolle bezigheden voor die cliënten in de voorziening te doen. Dus die hoeven dan niet echt op hun kamer te zitten, maar ze mogen daar dingen doen, die ze normaal gesproken ook graag doen. De een vindt het leuk om te kleuren, de ander vindt het leuk om te puzzelen, weer een ander vindt het leuk om te breien, dat kan allemaal. 

Robert: Als mensen alleen op hun kamer zitten, moeten ze iets doen, maar dat heeft u al uitgelegd. Ze moeten een nuttige bezigheid hebben. 

John: Ja, en ze kunnen natuurlijk ook, als ze dat willen, bezoek ontvangen. Dus 1 bezoeker als ze echt in isolatie zitten, dat wil zeggen als ze echt op hun eigen kamer moeten blijven omdat ze ziek zijn; dan is het belangrijk dat ze toch altijd bezoek kunnen krijgen. En wat ook best goed kan werken is, dat mensen via de computer contact kunnen hebben met mensen van buiten. Door gebruik te maken van beeldbellen bijvoorbeeld. Zoals wij dat nu aan het doen zijn.

Mariska: Of Skype. 

John: Ja! Juist. 

Mariska: Of via WhatsApp bellen. 

John: Ja. Ook heel goed. Dus je hebt best nog wel wat te doen als je alleen op de kamer zit. Maar leuk is het niet. 

Ferry: Nee, leuk is het nooit. Ga maar eens alleen op een kamer zitten. 

John: Nee, dat is zeker niet leuk. Maar soms is het nodig. Om te voorkomen dat andere mensen ook ziek worden. 

Robert: Ik heb nog een vraagje. En dat is: kunnen mensen zich ook vereenzaamd voelen als ze op hun kamer zitten…?

John: Dat is zeker een probleem hè.

Robert: Ja. 

John: Maar dat proberen we dus zoveel mogelijk te voorkomen. 

Robert: Ok. 

John: Door datgene wat ik net zei.

Robert: Ja. 

Ferry: Ja, ik heb niets meer te vertellen, dus ik ben uitverteld. 

John: Mooi toch. Nou, ik hoop dat jullie het leuk vonden.

Ferry: Ja, ik vond het wel interessant. 

John: OK, nou mooi dan, ik vond het ook leuk jullie te ontmoeten. En … leuke vragen ook. Dus… ik zou zeggen: heel veel succes verder! Blijf gezond!

Ferry: Dat zullen we doen.

John: Ok. Tot ziens!

  interview Mariska Snel

  interview Ferry Essers

  interview Robert van Deyl

  tekstbewerking Erwin Hoenjet

maart 2021


Reacties (0)

Reactie toevoegen +