Interview huisarts dr. Stuurman

door Anouk Wijnen

Hoe wordt je een goede huisarts

Anouk: Hoe lang duurt de opleiding om huisarts te kunnen zijn?

Huisarts: Je moet eerst de basisopleiding volgen om basisarts te worden. Dat duurt minimaal 6 jaar. Daarna volgt nog een opleiding van minimaal 3 jaar.

Anouk: Kun je uitleggen wat je geleerd hebt om een goede huisarts te worden?

Huisarts: Het is heel belangrijk dat je weet hoe het lichaam van de mens in elkaar zit en ook een beetje de psychische dingen. Je moet veel weten van ziektes, van alles wat er mis kan gaan. Een heel belangrijk onderwerp is hoe je een gesprek voert met mensen. Door gesprekstechnieken leer je je in te leven in de situaties van anderen. Hoe anderen iets beleven. 

Anouk: Is dat niet moeilijk?

Huisarts: Je leert dat met vallen en opstaan, heel veel oefenen. Ik vind het wel een van de interessante dingen van het vak.

Je eigen praktijk beginnen

Anouk: Moet je langer doorleren om je eigen praktijk te mogen beginnen?

Huisarts: Op zich mag je een eigen praktijk beginnen als je de opleiding achter de rug hebt. Heel veel huisartsen die pas klaar zijn gaan een tijdje waarnemen, in de praktijk van anderen werken. Na verloop van tijd gaan de meesten wel een praktijk overnemen. De meeste praktijken zijn tegenwoordig van meer doktoren samen en dat maakt het makkelijker dan wanneer je helemaal alleen een praktijk moet beginnen. Een belangrijk stuk in de opleiding is ook praktijkmanagement: hoe run je een praktijk.

Anouk: Dat begrijp ik, ik heb zelf 8 jaar in een ziekenhuis gewerkt, dus ik weet er wel iets van af, maar niet zoveel.

Huisarts: Personeelsbeleid, hoe zorg je dat je een goed team hebt en dat die ook allemaal het werk goed doen wat ze moeten doen. Een stukje opleiding.

Anouk: Heb je als huisarts ook een specialisme wat voor de patiënt wel fijn is?

Huisarts: Ik ben gespecialiseerd in oog problemen. Daarom hebben we ook heel veel speciale apparatuur, die veel huisartsen niet hebben, waarmee we in het oog kunnen kijken. Zo hoef je minder snel mensen door te sturen naar een oogarts.

Anouk: Toen je klaar was met je opleiding, hoe zag je toekomst er toen uit?

Huisarts: Ik was klaar in 1983 en op dat moment was er een huisartsen overschot. Er waren eigenlijk teveel huisartsen. Ik ben toen gaan waarnemen, maar daarnaast heb ik op de Universiteit gewerkt bij de opleiding voor artsen. Artsen vaardigheden aanleren en ook communicatie. Hoe hou je een gesprek, hoe een consult, wat komt daar allemaal bij kijken? Daar heb ik toen les in gegeven.

Leuke dingen in je werk als huisarts

Anouk: Wat vindt je leuk aan het werk?

Huisarts: Vooral het contact met de mensen. De enorme verschillen: jonge, oude mensen, baby’s. Ieder mens is ook zo verschillend, dat is iedere dag weer verrassend. 

Anouk: Maar ook moeilijk? Want mensen met een beperking die zich niet goed verstaanbaar kunnen maken is toch ook wel lastig, hoe ga je dat dan doen?

Huisarts: Ik zeg ook niet dat het een makkelijk vak is! We moeten altijd zorgen dat we geen ernstige dingen missen. Sommige mensen komen hier ook met kleine dingetjes, waarmee je ze toch kunt helpen. Het allerleukste vind ik het om mensen te stimuleren zelf hun problemen aan te kunnen en op te lossen. Niet alles overnemen. Mensen voelen zich ook beter als ze hun problemen zelf kunnen oplossen, waarbij ik kan helpen.

Anouk: Voor de een is dat makkelijker dan de ander.

Huisarts: Ja en het ene probleem is ook makkelijker dan het andere. Wij noemen dat therapie op maat, in overleg met de patiënt. Dat vind ik belangrijk. Dat is een groot verschil met toen ik begon. Vroeger zagen mensen de dokter veel meer op een voetstuk staan: hij beslist het allemaal en ik als patiënt luister wel. Ik heb dat nooit goed gevonden, ik ben echt iemand van het overleg, waar beide partijen een bijdrage leveren en samen kom je tot een oplossing. Bij eenzelfde klacht kunnen heel verschillende vragen zijn en ik vind het heel belangrijk om daarachter te komen. Dan kun je ook iemand het beste helpen. Gerust stellen na onderzoek is ook een hele belangrijke taak.

Anouk: Wat vind je niet leuk aan dit werk?

Huisarts: We hebben op dit moment heel veel administratie. We moeten alles verantwoorden, niet alleen met de patiënten, maar ook met medicatie, met de ziekteverzekeraars, waar we van alles moeten doorgeven. Je kunt je tijd maar één keer besteden, zo heb je nu minder tijd voor de patiënten. Die ontwikkeling vind ik jammer.

Anouk: Ja, dat denk ik. Wat doe je graag na je werk, heb je hobby’s?

Huisarts: Mijn hobby’s zijn hardlopen. Heel lekker om je hoofd leeg te maken en ook gezond. Golven vind ik ook heel erg leuk en boeken lezen. Ook ga ik heel graag op reis. Verder vind ik het leuk om gezellige dingen te doen met anderen, met het gezin of vriendinnen.

Mensen enthousiast maken

Anouk: Wil je zelf nog iets vertellen wat ik niet gevraagd heb?

Huisarts: We hebben hier in de praktijk ook altijd huisartsen in opleiding. Dat vind ik ook heel fijn om mensen enthousiast te maken voor het vak en ze te helpen zichzelf te ontwikkelen tot een goede huisarts. Het is niet alleen kennis, het is ook vooral hoe je je als persoon ontwikkelt. Naar de patiënten toe, maar ook om het vak goed vol te houden met alle nieuwe ontwikkelingen die er zijn. Je moet continu blijven bijleren en jezelf bijscholen. Dat vind ik wel heel leuk om daaraan bij te dragen en te zien, hoe iemand die er nog niet zoveel van weet, uitgroeit tot een goede huisarts. 

Anouk: Dank je wel voor dit interview!

Huisarts: Graag gedaan.

  interview Anouk Wijnen januari 2017


Reacties (2)

Pluim Anouk. Een goed interview .
walter loozen @ 02 februari 2017
mw stuurman en anouk wat een top intervieuw ziet er super uit weer wat geleerd ga zo door
edwin smeets @ 02 februari 2017

Reactie toevoegen +