Interview met Maud Knubben van Dela - deel 1

Wat kan een uitvaartverzorger voor je doen?

Robert: Kunt u zich kort voorstellen?

Maud: Ik ben Maud Knubben en ik ben uitvaartverzorgster bij coöperatie Dela. Ik woon in Klimmen, ik ben getrouwd, ik heb twee dochters van 19 en 15 en een hond en twee katten.

Mariska: Hoe begint uw werkdag?

Maud: Mijn werkdag begint altijd redelijk rustig. Ik ga thuis eerst even op mijn gemak ontbijten. Ik zet mijn laptop even aan en dan kijk ik naar waar ik naar toe mag. Dat betekent dat ik kijk als er iemand overleden is en waar deze persoon overleden is. De familie geeft dit door aan het hoofdgebouw. Ik kijk samen met mijn collega’s wie het kortst in de buurt is. Als ik dat ben dan mag ik naar die familie toe. In mijn computer zie ik dat ik dan bijvoorbeeld naar Maastricht moet. Ik kijk dan wie is overleden en dan moet ik informatie in mijn computer bij elkaar verzamelen. Dan doe ik mijn nette kleren aan want we mogen niet in een spijkerbroek naar de mensen. Ik pak al mijn spullen in twee grote koffers op en dan ga ik naar de mensen toe.

Mariska: En wat gebeurt er dan, ga je dan ook een gesprek aan met hun?

Maud: Dan kom ik bij de mensen thuis en dan ga ik met ze praten over wat is er gebeurd. Vaak willen de mensen eerst even vertellen hoe het komt dat de dierbare is overleden. Soms is de dierbare heel lang ziek geweest en was de persoon op hoge leeftijd. De familie vertelt dan soms: ”We vinden het heel erg maar we hebben er wel vrede mee. Mam of pap was al heel oud, heel ziek, het is goed zo”.

Maar soms is er ook een plotseling overlijden van iemand die jong is en er is heel veel verdriet. Dan ga ik rustig met de mensen in gesprek. Als we samen een beetje gesproken hebben dan gaan we kijken wat de wensen zijn van de familie voor de uitvaart. We bespreken dan of ze een crematie of een begrafenis wensen, wanneer willen ze de uitvaart en allemaal dat soort praktische dingen.

Robert: Heeft iedereen vaste werkzaamheden?

Maud: We hebben vaste werkzaamheden, maar het zijn wel heel veel verschillende werkzaamheden.

Ik kom bij de mensen thuis als er iemand overleden is, maar ik ga ook naar de uitvaart. Op de dag van de uitvaart ben ik een uitvaartleider en dan begeleid ik de mensen.   

En soms zijn er mensen die heel erg ziek zijn en die het fijn vinden om zelf alles te regelen voordat ze komen te overlijden. En dan ga ik naar deze mensen toe en hebben we een gesprek over wat ze graag willen als ze er niet meer zijn. Wat zou je voor bloemen willen, wil je in een kist liggen of liever in een mand? Wat voor eten of drinken wil je bij de koffietafel? Welke brieven wil je sturen?

Robert: Heeft u ook bijzondere wensen gehad?

Maud: Er zijn mensen die vinden het akelig om in een kist te liggen met een deksel daarop. Als ze het bij leven heel eng vonden om in afgesloten ruimten te zijn zoals een lift dan vinden ze een kist ook heel erg eng. Dan willen ze niet in een kist of in een kist zonder deksel. Dus dan blijft de kist open en kiezen we een heel mooi laken of een sprei uit van die persoon en dan leggen we die over de kist. Eigenlijk mag alles en kan alles, wij willen gewoon helpen om het helemaal zo te regelen zoals de mensen zelf willen.
Jullie snappen wel dat echt hele gekke dingen natuurlijk niet kunnen.

Mariska: Heb je ook wel eens emoties?

Maud: Ja hoor, soms gebeurt dat gewoon. Je hebt het niet in de gaten. Of je hebt misschien zelf zo’n dag. Dat je wat verdrietiger bent dan op een andere dag.

Dan kan het wel eens zijn dat je in een dienst zit en denkt o jee, ik voel tranen komen. Het is natuurlijk niet de bedoeling als je een dienst voorgaat dat je gaat zitten huilen. Wat mij dan meestal helpt is dat ik terug ga in mijn hoofd en ik ga dan boodschappenlijstjes maken. Dat klinkt misschien een beetje gek maar dan gaan de tranen op dat moment weg. Ik moet er voor de nabestaanden zijn. 
Als de uitvaart is afgelopen en ik moet dan een traantje pinken dan mag dat gewoon.
En dan kan ik tegen de familie zeggen van “Goh dit raakt mij ook”.
Ook even emotioneel zijn is dan niet zo erg. Maar ik kan niet elke keer in huilen uitbarsten. Het grote voordeel is dat ik de meeste mensen die overleden zijn niet ken. Ik voel wel heel erg het verdriet van de familie, maar het is niet mijn verdriet. Daarom kun je het een beetje apart houden.

Robert: Zijn er ook wel eens mooie momenten geweest met de familie?

Maud: Daar zijn bijna altijd alleen maar mooie momenten. Vind je dat gek als ik dat zeg?

Robert: Dat denk ik niet. Nee. 

Maud: Ja, er zijn heel veel mooie momenten. Want als iemand overleden is, ga je terugkijken naar het leven. Dan hebben we het niet alleen maar over de moeilijke tijd toen die persoon dood ging, maar vooral ook over: Hoe was zijn leven? Wat voor mooie dingen heeft die allemaal meegemaakt? Dat gaan we gedenken. Er op terugkijken. En mooie anekdotes ophalen. En soms moet iedereen ook heel hard lachen. Zo van, weet je nog toen …? Afscheid is altijd met een lach en met een traan. Soms heel hard huilen en soms heel hard lachen. 

Mariska: Hoe lang werk je al voor de DELA?

Maud: Dit is mijn tiende jaar. 

Mariska: Dat is al lang. 

Maud: Ja, zo voorbij gevlogen. Dus het tiende jaar ja. 

Robert: Houd zo’n bijeenkomst je nog bezig als je thuis bent en hoe ga je ermee om?

Maud: Soms houden ze mij bezig en ik kan je niet zeggen waarom. Maar dan is er net iets gebeurd of wat een beetje lijkt op jouw eigen situatie thuis en dan blijft het hangen. En dan vertel ik het thuis nog eens een keer aan mijn man of aan mijn kinderen of aan een vriendin, gewoon om het even kwijt te raken. En sommige uitvaarten die vergeet ik ook heel snel, maar dat moet ook want anders zou ik dit werk niet kunnen doen. Want ik regel heel veel uitvaarten per jaar; als ik ze allemaal zou onthouden, dan zou dat niet goed zijn. Maar er zijn er genoeg die wel blijven hangen, die een speciaal plekje hebben. 

Mariska: Werken jullie ook op zaterdag en zondag?

Maud: Ja, 7 dagen per week, het hele jaar door. Mensen gaan niet dood tussen maandag en vrijdag, he!

Het gaat 7 dagen door en ook op feestdagen. We werken in een rooster, dus ik hoef niet elke week 7 dagen te werken hoor. In ons rooster kan ik precies zien wanneer ik moet werken. 

 

Robert: En ja, doen jullie werkkleding aan tijdens de dienst?

Maud: Ja. Toen jullie binnen kwamen, zagen jullie mijn collega, die had de DELA-kleding aan. Als ik naar de mensen toe ga, heb ik gewoon dit aan, maar als ik naar de begraafplaats ga of naar het crematorium, dan heb ik ook de DELA-kleren aan. 

Mariska: Wat zijn de regels voor jullie bij de DELA? Wat je wel of niet mag doen?

Maud: Hmm, nou je blijft altijd netjes naar de mensen. Je zorgt dat je netjes gekleed gaat, dat is wel een hele belangrijke regel bij ons. We gaan niet in een spijkerbroek of met open schoenen naar de nabestaanden toe. De mannen hebben altijd een pak aan. Voor de vrouwen is het wat makkelijker; wij mogen ook met een net vest en een net bloesje naar de nabestaanden gaan.

Robert: Wordt alles besteld voor de koffietafel?

Maud: Ja. We maken eigenlijk alles zelf, behalve de vlaai. De vlaai komt van de bakker en alle andere dingen die mensen bestellen, dus broodjes, kroketten, bitterballen, alles wat de mensen graag willen eten, dat maken we zelf klaar. 

Mariska: Hoe lang bestaat de DELA al en hoe is het ontstaan?

Maud: Oh, dat is een goeie. DELA bestaat al sinds 1937. Dus dat is al lang, he? Even snel rekenen, we zitten we nu op 84 jaar. 

En hoe is het ontstaan? Mensen kunnen zich nu verzekeren voor de uitvaart; je betaalt elke maand een beetje geld en als je dan komt te overlijden, dan is er geld om de uitvaart te betalen. Maar vroeger was dat niet. Toen kon een uitvaart eigenlijk alleen maar voor rijke mensen plaatsvinden. Arme mensen hadden een hele eenvoudige uitvaart omdat er geen geld was. Een paar rijke heren in Eindhoven zeiden: “Dat kan zo toch niet! Iedereen die overlijdt moet een waardig afscheid krijgen”. Zei zijn langs de deuren gegaan in Eindhoven en zijn bij alle mensen geld gaan inzamelen. Dat ging maar om een paar centjes en met dat potje geld dat ze hadden, konden ze altijd de begrafenis betalen als dan iemand overleed. Het is dan een fonds geworden en uiteindelijk een coöperatie, en zo is DELA ontstaan.  

Robert: Zijn er ook vrijwilligers bij jullie?

Maud: Ja. Onze dragers in de kerk, die de kist naar voren brengen en die de collectes doen en de prentjes uitdelen, dat zijn allemaal vrijwilligers. Ze krijgen een vrijwilligersbijdrage maar in principe zijn dat vrijwilligers.

Mariska: Is er ook een kantoor?

Maud: Ja. Ons grote kantoor, het hoofdkantoor, ligt in Eindhoven. En in heel veel steden een kantoor met een uitvaartcentrum. Jullie zijn nu op het kantoor in Maastricht. 

Robert: Wat doen jullie met het gastenboek?

Maud: Je bedoelt het boek waar de mensen condoleren. 

Robert: Ja.

Maud: Dat heet een condoleanceregister. Nou, als mensen naar de kerk gaan of naar het crematorium gaan, dan ligt er meestal een condoleanceregister achter in de kerk of bij de ingang bij het crematorium. En dan kunnen de mensen hun naam in schrijven en soms nog een woordje om de mensen sterkte te wensen. En dat krijgt de familie uitgereikt na de dienst. 

Maar nu met corona, de afgelopen anderhalf jaar, mochten we dat niet gebruiken. Met alle pennen en het papier, was dat niet veilig. Dus we hebben dat nu al heel lang niet meer gebruikt. En we zien ook dat de nabestaanden het ook nu het weer mag, eigenlijk niet meer zo nodig vinden. De meeste mensen nemen een kaartje mee als ze naar een uitvaart gaat. Dus misschien wordt het wel iets wat niet meer standaard is. 

Klik HIER om deel 2 te lezen

Klik HIER om deel 3 te lezen

  Interview Robert van Deyl

  Interview Mariska Snel

  Tekstverwerking Erwin Hoenjet

Cliëntenweb, november 2021


Reacties (0)

Reactie toevoegen +