Anita Smeets en Marion Kuiten zijn twee ambulant begeleiders bij Kind Jeugd en Gezin. Ze vertellen over hun werk: "Het komt steeds vaker voor dat ouders hun kind het liefst willen plaatsen op een regulier kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. De wens om hun kind daarna ook in het reguliere basisonderwijs te plaatsen, is hier dan een logisch vervolg op. Hiervoor kunnen allerlei redenen zijn: voorbeeldgedrag van andere kinderen, contact met leeftijdsgenootjes, maar ook de wens om hun kind zo veel mogelijk te laten opgroeien in de eigen buurt. Daarbij horen ook contacten met buurtgenoten, lokale verenigingen en vriendjes en vriendinnetjes om mee te spelen. Die ouders kunnen dan, als ze een indicatie hebben, bij ons terechtkomen voor ambulante ondersteuning op die peuterspeelzaal, dat kinderdagverblijf of de basisschool.
Actieplan
De start van onze begeleiding bestaat dan uit een observatieperiode, waarna we onze indrukken vastleggen in een observatieverslag. Aan de hand daarvan komen we in overleg met ouders, leidsters of leerkrachten tot een actieplan, waarin de korte en lange termijn doelen beschreven staan. Bij het ene kind gaat het dan om verbeteren van de communicatie, bij het andere bijvoorbeeld om het verbeteren van de fijne motoriek of het stimuleren van de zelfredzaamheid. Ook het stimuleren van sociale vaardigheden - samen leren spelen op de speelplaats, beurtwachten of weerbaarheid - behoren tot de mogelijkheden.
Samenvattend kun je zeggen dat de doelen van het actieplan op alle gebieden van de ontwikkeling en behoefte van het kind gericht kunnen zijn: sociaal-emotioneel, cognitief, motorisch, zelfredzaamheid, spel en communicatie.

Verder letten we op randvoorwaarden zoals medisch/fysieke beperkingen, speel/leeromgeving, noodzakelijke aanpassingen, bewustzijn van leidsters/leerkrachten met betrekking tot de gevolgen van beperkingen. Het actieplan wordt zodanig gemaakt dat de leidster/leerkracht dit concreet kan gebruiken. Wij kunnen daarbij dan weer extra ondersteunen, door bijvoorbeeld gebaren aan te leren, picto's aan te reiken, extra oefeningen te doen op bepaalde ontwikkelingsgebieden, tips te geven etc. Je zoekt altijd naar wat mogelijk en haalbaar is, voor alle partijen. Gemiddeld zijn we zo'n 1 tot 2 uur per week beschikbaar voor extra ondersteuning van het kind.
Flexibel zijn is belangrijk in ons werk. Je moet je steeds opnieuw kunnen aanpassen aan verschillende personen, aan verschillende werkomstandigheden, aan verschillende begeleidings- en lesstijlen.
Tijdens de begeleidingsperiode hebben we regelmatig contact met het netwerk rondom een kind: de ouders, de leerkracht, maar indien nodig ook intern met orthopedagogen, psychologen en praktisch pedagogische gezinsbegeleiders. We bouwen evaluatiemomenten in en toetsen de in het actieplan gestelde doelen. Wij vormen een schakel in de communicatie en de zorg rond het kind.
Investering
De grote uitdaging voor ons is om de leerkracht of een leidster op de peuterspeelzaal of het dagverblijf zodanig te adviseren dat zij op een goede manier aan de slag gaan. Dat zij rekening willen en kunnen houden met het ‘speciale’ van het kind. Het is dan meegenomen als hij of zij enige affiniteit heeft met zo'n speciale doelgroep, maar het is ook onze taak om hen te helpen die affiniteit te vergroten. We maken in de begeleiding gebruik van een aantal methodes: More Intelligent and Sensitive Child (
>> meer info over MISC); kleine stapjes (
>> meer info over 'kleine stapjes' ) en de Taal van Radar (
>> meer info over de Taal van Radar).
We zien het als een succes als het kind zich veilig en happy voelt op die peuterspeelzaal, dat dagverblijf of de basisschool en zich daar positief ontwikkelt. Als de leidster of leerkracht merkt dat de investering die hij of zij doet uiteindelijk iets oplevert. Dat werkt motiverend en enthousiasmerend. Het is fijn om voor een speciaal kind in de reguliere wereld iets te kunnen betekenen."