Resultaten benchmark

Communiqué naar aanleiding van resultaten benchmark

Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN)

 

  

Aanleiding

Radar heeft in 2006 meegedaan aan de benchmark die de VGN organiseerde voor de gehandicaptensector. Een benchmark is een vergelijkend onderzoek tussen organisaties op diverse prestatiegebieden. Omdat het gaat om een vergelijking tussen organisaties, betreft het de bepaling van de relatieve positie. Met andere woorden, uit een benchmark kun je niet afleiden of de geleverde prestatie voldoende of onvoldoende is. Je kunt alleen vaststellen of je het beter of slechter doet dan het gemiddelde van alle deelnemers.

Het doel van zo'n benchmark is om vast te stellen waarop je als organisatie het continue proces van verbeteren moet richten. Om die reden past deelname aan de benchmark ook geheel in het kwaliteitstraject (HKZ) waarvoor Radar heeft gekozen. De gegevens uit dit landelijke onderzoek zijn 11 september 2007 beschikbaar gekomen.

In de benchmark van 2006 ging het om drie belangrijke elementen : de raadpleging van cliënten over de door hen ervaren kwaliteit van de zorg, de raadpleging van personeelsleden over de door hen ervaren kwaliteit van het werk en tenslotte de analyse van de financiële gezondheid van de organisatie en de financiële prestaties.

Aan de benchmark deden in totaal 109 zorgaanbieders mee, waarvan 78 organisaties, net als Radar, meededen in alle drie de onderstaande onderdelen van het onderzoek. De deelnemers zijn in het score-overzicht geanonimiseerd. Elke instelling krijgt alleen te zien hoe de eigen score zich verhoudt tot het gemiddelde. Daarbij zijn er 3 mogelijkheden :

  • Een organisatie scoort op het niveau van het gemiddelde van de deelnemers
  • Een organisatie scoort boven het gemiddelde
  • Een organisatie scoort beneden het gemiddelde

 

In dit communiqué wordt een inzicht gegeven in de scores van Radar ten opzichte van het gemiddelde van de deelnemers. In de komende weken worden de vele gegevens van het onderzoek verder uitgeplozen en wordt een programma opgesteld teneinde de punten die verbetering behoeven actief aan te pakken. Uiteraard wordt het verbeterplan met alle belanghebbenden gecommuniceerd.

 

Cliëntenraadpleging

Cliëntenraadpleging vond plaats via interviews en vragenlijsten voor cliënten, vragenlijsten voor ouders / vertegenwoordigers van volwassen cliënten,  en ouders / vertegenwoordigers ouders van cliënten jonger dan 18 jaar. Ook voor cliënten die gebruik maken van ambulante diensten waren er vragenlijsten, maar de deelname van Radar daarin was zeer beperkt, waardoor deze gegevens door het onderzoekbureau buiten de rapportage zijn gelaten.

De aan de orde gestelde thema's variëren per doelgroep (volwassenen, jeugdigen, ambulant)

 

Radar scoort bij de cliëntenraadpleging 76,6 (op 100-puntschaal) bij een gemiddelde van de VGN-deelnemers van 78,7. Daarmee krijgt de Radar voor de het totaal van de cliëntenraadpleging de kwalificatie 'score beneden het gemiddelde'.  

De samenstelling van de score laat echter wisselend beeld zien.

  • Geïnterviewde cliënten geven een tevredenheidsscore van 76,3 bij een VGN-gemiddelde van 77,3. Dat is een score 'gelijk aan het gemiddelde'.
  • De enquete onder ouders / vertegenwoordigers van jeugdige cliënten (18-) leidt ook de score 'gemiddeld' (80,6 bij een gemiddelde van 82,2).
  • Maar bij de ouders / vertegenwoordigers van volwassen cliënten (18+) scoort Radar 'benedengemiddeld'. (77 bij een gemiddelde van 79,4). Hoewel we daar nog verdere analyses op los zullen moeten laten, lijkt deze verlaagde score vooral betrekking te hebben op de ervaren bejegening, deskundigheid van personeel, adequate vervanging bij ziekte, informatieverstrekking en persoonlijke verzorging.

 

Hoewel Radar in het totaal van de cliënttevredenheid ruim een 7 scoort, valt er dus nog veel te verbeteren om met name de tevredenheid van vertegenwoordigers / ouders te bevorderen.

 

Personeelsraadpleging

In de personeelsraadpleging, die plaats vond op basis van een enquête, komt onmiskenbaar het effect van de lopende reorganisatie op het welbevinden van medewerk(st)ers naar voren. Kort gezegd : Radar heeft op dit punt een score van 58 bij een VGN-gemiddelde van 59,8. Dat levert de kwalificatie 'benedengemiddeld' op.

Kijken wij naar de onderliggende factoren, dan springen enkele zaken eruit.

Uit het functiegroepenoverzicht blijkt dat met name de begeleiders en assistent-begeleiders de pijn voelen. Het sterkst komt deze pijn tot uitdrukking in de ervaren kwaliteit van de werkafspraken die gemaakt worden, de interne communicatie, de sociale steun van collega's, de carrieremogelijkheden, de personele bezetting en de financiële waardering voor het werk dat geleverd wordt.

Opgemerkt moet worden, dat de personeelstevredenheid lager is in Oostelijk Zuid-Limburg (56,7) en Kind-, Jeugd- en Gezinsondersteuning (56,5) dan in Maastricht/Heuvelland (59,3), waar de score binnen het landelijke gemiddelde valt.

In Oostelijk Zuid-Limburg liggen de scores bij de medewerk(st)ers van dagbesteding, wonen en Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW) ongeveer gelijk (dagbesteding 56,9, wonen 56,7, bzw 56,6). Bij de medewerk(st)ers van Maastricht/Heuvelland is dat gevarieerd : dagbesteding 56,3, wonen 60,3, Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW) 62,6.

De totaalscore van Kind-, Jeugd- en Gezinsondersteuning wordt sterk in negatieve zin beïnvloed door de score bij het Logeerhuis (49,1), waar ten tijde van het onderzoek veel problemen bestonden. Praktische Thuis Hulp (PTH), Praktisch Pedagogsiche Gezinsbegeleiding (PPG) en Ambulante Diensten scoren 60,6 en de Kinderdagcentra en en Buitenschoolse Opvang tezamen 56,9.

 

Het is nog niet duidelijk in hoeverre de landelijke score van 59,8 punten in de medewerkersraadpleging, in vergelijking met de score van 77,3 bij de cliëntenraadpleging, 82,2 bij de raadpleging van ouders / vertegenwoordigers van cliënten jonger dan 18 jaar en 79.4 bij ouders / vertegenwoordigers van cliënten ouder dan 18 jaar, iets zegt over de arbeidsomstandigheden in de sector. Het lijkt er hoe dan ook op dat de sector in het algemeen, en dus ook Radar, nog een taak voor zich heeft om om het welbevinden van onze medewerk(st)ers tot het gewenste niveau te brengen. 

 

Financiële prestaties

Hier kunnen we kort over zijn : 'gemiddelde score'.

 

Conclusies en verbeteringen

De geschetse situatie is voor ons natuurlijk aanleiding om de onderliggende gegevens van de benchmark in de komende weken nauwkeurig  te analyseren en om op basis van deze bevindingen daar waar dat nodig is, een verbeterprogramma op te stellen en uit te voeren.

De progamma's dienen met voorrang gericht te worden op het verbeteren van de werkomstandigheden en op het verbeteren van een aantal elementen in de basiszorg, zoals die door ouders/vertegenwoordigers worden gesignaleerd.

De reorganisatie die in het najaar van 2006 is ingezet, heeft ertoe geleid dat vanaf september 2007 ervaren krachten beschikbaar komen die als teamcoaches de uitvoerende teams methodisch en inhoudelijk ondersteunen.

Vanaf datzelfde moment wordt het nieuwe zorgconcept van Radar ingevoerd, waarin een sterk accent wordt gelegd op de gewaarborgde levering van basiszorg voor iedereen. Daartoe wordt elk individu in 2007 en 2008 extra opgeleid, hetgeen leidt tot functiekwalificaties conform de daartoe door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) opgestelde normen.

Vanaf april 2008 komen er zorgplanbegeleiders beschikbaar die erop toezien dat elke cliënt een integraal zorgplan krijgt en dat dit plan ook uitgevoerd en geëvalueerd wordt. Deze zorgplannen worden mede opgesteld en kwalitatief getoetst door gedragskundigen.

De stimulering van een actieve cliëntenparticipatie van zowel cliënten als ouders is dit voorjaar gestart en zal nog in 2007 leiden tot een integrale informatie-uitwisseling tussen alle participanten en contribuanten.

Onlangs is in het kader van ons streven naar een 'excellent werkgerschap', het onderzoek naar de mogelijkheden voor verruiming van de arbeidsvoorwaarden gestart. Begin 2007 heeft daartoe een inventarisatie van wensen en mogelijkheden plaatsgehad, hetgeen geleid heeft tot een lijst van verbeterpunten in (m.n.) de secundaire arbeidsvoorwaarden. (b.v. bij roosteren meer rekening houden met privé-situatie). HRM is doende deze inventarisatie om te bouwen naar beleid.

 

Over twee jaar wordt de benchmark herhaald. Dan kunnen wij zien wat de effecten van de reorganisatie en van de verbeterprogramma's zijn.

 

Ton Klinkers

Bestuurder Radar


Klik hier voor een download naar het rapport ‘WETEN VOOR BETER – Brancherapport Benchmark Gehandicaptenzorg.